Verfijn hieronder op onderwerp
Verwijder uw selectie(s)

Overheidsfinanciën

  • Inkomsten (2)

Geografisch

Box 4.4: Wie voelt de krimp?

Een krimp van 4 ¾ procent betekent dat we in Nederland 4 ¾ procent minder aan goederen en diensten produceren. Dat betekent nog niet dat de gemiddelde Nederlander ook 4 ¾ procent minder kan kopen. De statische koopkracht (de verandering in de koopkracht van mensen wanneer er in hun situatie niets verandert) van de burgers neemt over 2009–2010 bezien zelfs nog toe met 1,5 procent. Wel loopt de werkgelegenheid sterk terug en als gevolg daarvan de werkloosheid op. Uit figuur 4.6 wordt duidelijk dat de daling van het nationaal inkomen eerst neerslaat bij bedrijven (2008 tot 2009), vervolgens bij de overheid (vanaf 2009) en pas later bij Nederlandse huishoudens (vanaf 2010). In 2010 loopt de werkloosheid op, maar de bedrijfsfinanciën herstellen zich juist. Op lange termijn is het nodig dat de overheidsfinanciën weer op orde worden gebracht.

Figuur 4.6 Verdeling groei nationaal inkomen naar gezinnen, bedrijven en overheid 1

Figuur 4.6 Verdeling groei nationaal inkomen naar gezinnen, bedrijven en overheid Miljoenennota 2010

1 Ontleend aan CPB, Macro-economische verkenning 2010.

 

Voeg toe aan Mijn Miljoenennota Bron: Miljoenennota, Hoofdstuk 4, Budgettair beeld, Pagina 77 (PDF, 131 kB)