Box 4.6: Sterke stijging pensioenkosten overheid
Overheidssectoren krijgen een vergoeding voor de arbeidsvoorwaarden, gebaseerd op de gemiddelde ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden in de markt. Dit stelt overheidssectoren in staat om marktconforme arbeidsvoorwaarden af te spreken. De pensioenregeling is een belangrijke maar kostbare arbeidsvoorwaarde en het geld dat aan de pensioenregeling wordt uitgegeven, kan niet aan andere arbeidsvoorwaarden worden besteed.
Net als bij veel andere pensioenfondsen heeft de financiële crisis de vermogenspositie en de dekkingsgraad van het ABP, het pensioenfonds voor overheid en onderwijs, fors onder druk gezet. Het ABP-bestuur heeft in het voorjaar van 2009 de nodige maatregelen genomen om het tij te keren. Zo blijft de indexatie van opgebouwde pensioenaanspraken achterwege. Aanvullend wordt er een herstelopslag op de pensioenpremie voorzien van per saldo 3 procent, in twee etappes. Per 1 juli 2009 is de premie met 1 procentpunt verhoogd. Per 1 januari 2010 wordt, afhankelijk van de te verwachten financiële positie tijdens de resterende hersteltermijn, een verdere verhoging van 2 procentpunt voorzien. De stijging van de pensioenpremie stelt de overheidswerkgevers voor forse aanvullende budgettaire problemen.
De pensioenpremie moet betaald worden uit de bestaande loonruimte en gaat daarmee ten koste van de overige arbeidsvoorwaarden. De herstelopslag legt ook een hypotheek op de nieuw af te sluiten cao’s. Geld kan immers maar één keer uitgegeven worden en het kabinet heeft geen geld beschikbaar om dit te financieren.
Voeg toe aan Mijn Miljoenennota
Bron: Miljoenennota, Hoofdstuk 4, Budgettair beeld, pagina 86 (PDF, 131 kB)