4.5.2 Toetsing inkomstenkader
De inkadering van de inkomstenkant van de begroting kenmerkt zich door het laten werken van de automatische stabilisatie. Dit betekent dat mee- en tegenvallende inkomsten als gevolg van conjuncturele ontwikkelingen in principe ten gunste of ten laste komen van het EMU saldo. Het kabinet legt via het inkomstenkader aan het begin van de kabinetsperiode vast wat de lastenontwikkeling over de kabinetsperiode wordt en wijkt hier op macroniveau en ten minste over de kabinetsperiode niet van af. Hiermee wordt geborgd dat gedurende de kabinetsperiode automatische stabilisatie kan functioneren.
De besluitvorming over de lasten en koopkracht kan dit jaar niet los worden gezien van de turbulente economische ontwikkelingen. Bij een krimpende economie en stijgende werkloosheid die zich met name in dit en volgend jaar manifesteren dient het kabinet prudent om te gaan met de ontwikkeling van de lasten voor zowel burgers als bedrijven. De economische ontwikkeling dwingt het kabinet dan ook verder te kijken dan 2009 en 2010. Ook in 2011, het jaar waarin het economisch herstel naar verwachting door zal zetten, is een gematigde lastenontwikkeling van belang. Aan de andere kant is sprake van een druk op de overheidsfinanciën. Extra lastenverlichting ten opzichte van hetgeen het kabinet voor ogen had vorig jaar zou ertoe leiden dat de overheidsfinanciën verder uit het lood worden geslagen. De werking van het inkomstenkader voorkomt dit. De ontwikkeling van de lasten over deze kabinetsperiode en in 2010 zal uitkomen op hetgeen is aangekondigd in afgelopen Miljoenennota 2009.
Het kabinet heeft een lasten- en koopkrachtpakket neergelegd dat over de crisisjaren 2009 en 2010 bezien evenwichtig is. Het pakket sluit aan bij hetgeen het kabinet aangekondigd heeft ten tijde van de vorige Miljoenennota en houdt rekening met een gematigde lastenontwikkeling richting 2011. Ook worden de overheidsfinanciën met dit pakket niet verder belast.
Beperking stijging WW premies bedrijven...
Zonder aanvullend kabinetsbeleid zouden de sectorfondspremies voor het bedrijfsleven, waaruit de eerste zes maanden van de werkloosheid worden betaald, fors zijn gestegen. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat deze sectorfondspremies lastendekkend zijn vormgegeven. Het kabinet heeft besloten de systematiek van de sectorfondspremies voor komend jaar minder conjunctuurgevoelig te maken. Hierin zit een spanning tussen enerzijds het laten doorwerken van prikkels richting sectoren tot beheersing van de WW-lasten en het doorvertalen van de kosten van de WW naar sectoren en anderzijds het procyclische karakter van de premiestijging. Vanwege het extreme, voor bedrijven nauwelijks beïnvloedbare, conjuncturele effect, heeft het kabinet ervoor gekozen om de premiestijging te mitigeren door de lastenplafonds te verlagen en de termijn waarin tekorten kunnen worden ingelopen te verlengen van drie naar vijf jaar. Deze maatregelen beperken de stijging van de sectorfondspremies. Volgend jaar zal het kabinet bezien hoe de systematiek voor de premievaststelling van 2011 en verder structureel verbeterd kan worden.
...en een aanvullend pakket ter stimulering van innovatie en liquiditeit
Het resterende deel van de lastenverzwaring die voornamelijk voortkomt uit de premiestijging van de WW wordt teruggesluisd via aanvullende maatregelen gericht op innovatie en liquiditeitsverruiming. Om innovatie verder te stimuleren wordt de octrooibox structureel uitgebreid en omgevormd tot de innovatiebox: niet alleen winsten behaald met een octrooi, maar ook winsten behaald met andere speur- en ontwikkelingsactiviteiten (onder andere software en bedrijfsgeheimen) kunnen in de innovatiebox worden ondergebracht. Ook wordt voor 2010 eenmalig geld gereserveerd voor de WBSO en het tijdelijk uitbreiden van de afdrachtvermindering onderwijs. Om de liquiditeitspositie van het bedrijfsleven te stimuleren wordt voor 2010 tijdelijk de willekeurige afschrijving met 1 jaar verlengd en verliesverrekening in de VPB aangepast.
| Tabel 4.15 Budgettair belang van maatregelen gericht op het bedrijfsleven (in miljarden euro) |
| |
2010 |
| Verwachte verlaging sectorfonds premiestijging van 2,2% naar 1,5% |
– 1,0 |
| Innovatiebox/Maatregelen Belastingplan 2010 |
– 0,4 |
| Uitbreiding verliesverrekening |
– 0,1 |
| Verlengen maatregel willekeurige afschrijving |
– 0,2 |
| Intensivering WBSO en afdrachtvermindering onderwijs |
– 0,1 |
| Totaal* |
– 1,9 |
Statische koopkrachtontwikkeling burgers positief over 2009 en 2010 tezamen...
De statische koopkracht laat zien hoe het inkomen van mensen verandert als hun sociaal economische positie ongewijzigd blijft. Het kabinet acht het van belang om binnen zijn mogelijkheden de koopkracht op peil te houden voor burgers. Over beide crisisjaren tezamen ligt er een positief koopkrachtbeeld voor alle groepen. Een beperkte stijging van de zorgpremies en een aan de macro economische ontwikkeling gekoppelde lage inflatie leiden onder andere tot dit beeld. In 2010 worden de minima relatief ontzien en wordt van de sterkste schouders een grotere bijdrage gevraagd. Voor alle groepen resulteert een veelal kleine min.
...bijdragen aan werkzekerheid is het ware koopkrachtbeleid
Het positieve statische koopkrachtbeeld over 2009 en 2010 laat onverlet dat diegenen die werkloos worden wel een inkomensachteruitgang zullen ervaren. Het statische koopkrachtbeeld zegt daarom in deze tijden niet alles. Vandaar dat de belangrijkste prioriteit van het kabinet is om de werkgelegenheid zoveel als mogelijk op peil te houden, zonder dat dit de overheidsfinanciën verder doet verslechteren. De inspanningen uit het ABK, zoals eerder gemeld, alsmede de bovengenoemde belastingmaatregelen voor werkgevers ter bevordering van liquiditeit en innovatie hebben tot primaire doel dit te realiseren.
Samenvattend lastenbeeld en kadertoets
| Tabel 4.16 Kadertoets (+ = meer lastenverzwaring dan gepland in miljarden euro) |
| |
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
2008–2011 |
| Mutatie MN* 2009/2010 |
0,1 |
0,3 |
0,0 |
– 0,3 |
0,0 |
| w.v. burgers |
0,1 |
0,4 |
0,0 |
– 0,4 |
0,0 |
| w.v. bedrijven |
0,0 |
– 0,1 |
– 0,1 |
0,1 |
0,0 |
Zoals blijkt uit bovenstaande tabel is de lastenontwikkeling, gemeten via de inkomstenindicator, over de kabinetsperiode conform MN 2009 en destijds vastgesteld inkomstenkader.
| Tabel 4.17: Verticale aansluiting lastenbeeld (cijfers in miljarden euro; jaar op jaar mutatie)* |
| |
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
2008–2011 |
| Stand MN 2009 |
5,5 |
– 1,2 |
1,3 |
0,9 |
6,6 |
| Burgers |
3,3 |
– 0,3 |
1,1 |
1,0 |
5,1 |
| Bedrijven |
2,2 |
– 0,9 |
0,2 |
0,0 |
1,5 |
| |
|
|
|
|
|
| Zorg |
0,1 |
0,0 |
– 0,5 |
0,0 |
– 0,3 |
| Sectorfonds premies |
0,0 |
0,0 |
0,7 |
0,0 |
0,7 |
| Fasering lastenontwikkeling |
0,0 |
0,3 |
– 0,3 |
– 0,3 |
– 0,3 |
| Stand MN 2010** |
5,6 |
– 0,9 |
1,3 |
0,6 |
6,6 |
| Burgers |
3,4 |
0,0 |
1,1 |
0,5 |
5,1 |
| Bedrijven |
2,2 |
– 0,9 |
0,1 |
0,1 |
1,5 |
Zoals blijkt uit bovenstaande tabel ontwikkelen de totale lasten zich zowel in 2010 als over de kabinetsperiode zoals aangekondigd in de vorige Miljoenennota. De zorgpremies zijn sinds vorige Miljoenennota gedaald en de aan de nominale zorgpremie gekoppelde zorgtoeslag laat een tegengesteld effect zien. De lastendekkende sectorfondspremies zijn sinds afgelopen Miljoenennota gestegen door de stijging van de werkloosheid. Zoals eerder beschreven is deze stijging deels ondervangen door het kabinet (zie tabel 4.15). Onder fasering lastenontwikkeling vallen posten die ertoe leiden dat het lastenbeeld sluit in 2010 en meer evenwichtig gespreid wordt over de jaren 2009–2011.
Lees ook:
Voeg toe aan Mijn Miljoenennota
Bron: Miljoenennota, Hoofdstuk 4, Budgettair beeld, pagina 94 (PDF, 131 kB)